Category Archives: spread the word

The Endless Journey

 
Let’s just be difficult. And challenge our fellow souls who successfully demonstrate the purpose of traveling rather then that of reaching a destination. So let’s just be annoying and ask ourselves the question: ‘what if the beginning and the end are contrary to current wisdom, all about the destination rather then about the journey? Just for the sake of it. Or to be brutally honest, because reality has it that sometimes or suddenly, life, or at least my life, is all about a certain, specific destination. Which wonderfully leads me to the realization that without realizing it, at specific yet undefined moments the present is presenting me with an endless, continuous journey.

‘What ifs’ bring me in a wondrous world of fantasy and imagination, seducing me straight onto the way out of a sound and surrounding reality. Exit, green signs pointing towards flights of stairs. The ones you physically find next to and metaphysically as opposed to, the elevation mechanism called a lift. What ifs generally don’t have the tendency to lift you up. What ifs often lead to a place where it isn’t about logic and cognitive abilities. It makes me browse another reality. An inner reality of inside stories that float and rave upon the waves of feelings, cravings and longings. It made me tattoo at the back of my shoulder: ‘dreams are wishes of the heart’. A reality where satisfaction hardly is possible, yet always just around the corner. A reality shaped by the rhythm of a constant pendulum of frantically searching and researching at one end, while at it’s other extremity finding balance by blockage and deprivation.

Let’s assume that the concept of destiny equals our so called point of satisfaction. We assume things the whole day. In particular about other people’s thoughts, emotions and intentions. So now let us assume something about our own conception. We do have the capacity to feed ourselves with whatever it is we want, to such an extent that at a certain point we say: I’ve had enough, I am done, full, satisfied. At that point we experience a sense of satisfaction. But then, as chance unsurprisingly has it, we quickly find a new spot at the horizon to reach for. And so we accumulate a wealth in experiences. We diversify the richness of our taste palette. We widen the scope of our possessions, let them be made of material, bare power or fulfilling relationships. Eventually we end up being experienced, rich and possessed. But are we ever really satisfied? Or let’s put it this way: does satisfaction actually exist? It makes me compare a sense of satisfaction to the concept of destiny – or there being a destination in life.

What if? I bluntly put forward that a destination does not exist other then in our mind. That the concept of destiny merely functions as a tool, an apparent focus point, allowing us to thrive, move forward, push along, using, or driven by, forces of nature comparable to water whirls, blazing winds and striking lightning. We need our destination and our point of focus as an excuse to flow with those forces of nature. The conceptualization of a destiny, a point of focus and the idea that it is due to our own doings, that it’s us ourselves getting us there, give us a sense of mastering those forces of nature, that we control and that we lead instead of being led by human nature. Why do we call such a vast thing as nature, human anyway? Smells like an effort to master or at least control The Force.

We assume the continuous development, proactively unrolling, dynamically pushing like sprouts do, is led by our own genius. And it’s exactly this assumption that tricks us into being haunted. As human beings, we turn into human doings, restless, never satisfied, always (de)parting, never arriving. And you know what? To stop the motion is not an option. Stop, hold back, like pulling the reins of a galloping Arabian horse, resist the race, back out of it by trying to repress forces of nature that are so much bigger then a bit of consciousness wrapped in a human body. Inertia makes us wonder about the difference between repression and depression. Inertia leads us to believe, have faith, divert into the realm of dreaming, finding distraction and the ephemere satisfaction of multiple addictions. Closing the circle I like to put forth that the absence of a conceptual triplet evolving around being destined, destiny and destination frees the way to literally realize what it actually is that the present beholds. I assure you it’s more then just cruising along.

Advertisements

Ik-woord of ik word?

IMG_5619

Mijn boekenkast staat er vol mee: geschriften over ik. Het begint met dwepende romanfiguren, breidt zich uit naar filosofie en wordt aangevuld met self help literatuur. Zelfs een boek over het gebruik van het woord ik in het algemeen, in gesproken of geschreven tekst, tref je aan tussen deze studies of the universe, mijn persoonlijke universiteit.

Daarna zijn ‘Overstijg Jezelf’ van neurowetenschapper Joe Dispenza en teksten van de Dalai Lama de planken in mijn kast komen bewonen. Ook een interessant boekje met de titel The Cutting Edge (Bjørn Aris, 2012) verstopte zich tussen de geleerde en wijze woorden. Over menselijk potentiëel en hoe het zich op z’n best manifesteert. Hier vormt zich het begin van Life beyond the concept of me.

Hehe, dat lucht op!

Het grote geheel.
Energie en waar het vandaan komt.
En zoiets als liefde, wat is dat?

Van individuele aanwezigheid hier is eigenlijk geen sprake. Ieder individueel ik-je is, oftewel bestaat, überhaupt en enkel en alleen bij de gratie van de relatie met zijn of haar omgeving in de breedste zin van het woord. Een omgeving waarvan ‘de ander’ van Beauvoir, de wil van Schopenhauer, Freuds verleidelijke theoriën, Jungs archetypen en Tolstojs gecompliceerde en paradoxale karakters deel uitmaken. En waar concepten zoals verleden, heden, toekomst en de maatschappij gewoon projecties zijn van het vermoeden van een groter geheel.

Ik-jes zijn deeltjes energie zoals alles. Vestig je aandacht erop dan materialiseren ze. Waarbij de ik-energie steeds geconcentreerder wordt: ik word. Concentreer je je er niet op dan blijven ik-deeltjes in de potentiële fase, niet meer of minder dan hybernating onderdeeltjes van het grote geheel. Hybernating is wat je computer doet als je het toetsenbord een tijdje niet aanraakt. En het is de Engelse vertaling van een winterslaap doen. Het grote geheel waarin we dan tijdelijk ten onder gaan wordt ook wel omschreven en/of gevisualiseerd als het onbewuste, de goddelijke eenheid, de zee of het universum: feel free to choose your own destination.

Al die relaties samen met de moeilijke, lieve, eerlijke en poëtische woorden die ze met zich meebrengen hebben één ding gemeen: het zijn sta-in-de-wegs voor communicatie, voor het maken van de verbinding. Nu weten we waar het christelijke gebruik ‘ter communie gaan’ vandaan komt: communiceren. En wij maar denken dat dat een modern begrip is! Als relaties en woorden communicatie in de weg staan, en je dit logisch doortrekt, kom je tot het interessante resultaat dat het ik-woord in de weg staat van ik word. Want minder ik-zijn leidt tot meer zijn. Hier is het complexe en paradoxale karakter van Tolstoj’s Anna Karenina niets bij.

Hybernaten en regenereren hebben met elkaar te maken. Het doet denken aan mediteren. Etymologisch gezien is mediteren verwant aan mederi (genezen) en aan het woord meten. Het overpeinzen waard! Want hoe heet het als mensen hybernaten? Mediteren! Je afsluiten van de bewuste wereld om je te meten aan het grote geheel. Als het ik-woord negatief is, is ‘ik word’ positief. Samen vormen ze een mooi plaatje, als een foto. Dat als je er even bij stil blijft staan (meditatie) komt tot regeneratie.

Woorden vormen dan misschien obstakels in het communiceren, mooi zijn ze wel! In potentie…

Do No Harm

‘Do no harm’ voegt Wim toe aan een rijtje van filantropische geefredenen. We zitten op Buitengoed Hagenhorst, een charmant landelijk hotelletje temidden van weelderig groen in één van haar twee bescheiden vergaderruimtes, pal naast de drukke Rijksstraatweg tussen Wassenaar en Den Haag.

We zitten aan de vergadertafel bij Jacqueline Detiger en Luuk van Term die samen een adviesbureau op het gebied van filantropie oprichtten. Vandaag presenteren zij voor het eerst hun basiscursus Beter Geven. Ik ben één van de tien deelnemers, vogels van opvallend diverse pluimage. Een doorgewinterd business development manager bij Cordaid zit tegenover de sinds een paar jaar ‘financially free’ neef Luuk met ernaast zijn tante die een substantiële erfenis ontving en zich nu oriënteert op de besteding (van een gedeelte) ervan aan Goede Doelen.

Eerder vanmorgen op het schoolplein in Amsterdam-West waar ik mijn kinderen achterliet, vertelde ik enthousiast aan een collega moeder dat ik me verheugde op de cursus Filantropie van vandaag. Ze keek me aan en zei, ‘Oh ja, filantropie wat is dat ook alweer? Postzegels toch?’

Wat is filantropie? Het antwoord op die vraag is voor de meeste deelnemers vandaag overbekend en saai terrein. Maar kennis uitdragen over filantropie is nu juist wel de belangrijkste reden voor het oprichten van adviesbureau Beter Geven: het biedt (potentiële) gevers onafhankelijk en deskundig advies over geven. Meer kennis bij de gever zorgt ervoor dat een gift beter terecht komt en daardoor een grotere maatschappelijke impact heeft.

Aan de Vrije Universiteit van Amsterdam is er de postdoctorale opleiding Filantropische studies. Op HBO niveau is er de Hoge School Windesheim. Verder zijn er in Nederland een (opmerkelijk prijzig) vakblad Filantrofium, een digitale databank van filantropische instellingen en er is SPIN, een netwerk voor ZZPers in de filantropie.

Filantropie is economisch gezien een sector, ze opereert op lokaal, nationaal en internationaal niveau en valt verbazend genoeg onder het Ministerie van Justitie. Een constatering die wordt gerelativeerd met de opmerking dat filantropie zeker ook bijdraagt aan terrorisme bestrijding. Toepasselijk of niet: voorlopig is het een ‘zaak van Justitie’. Maar als het aan Jacqueline Detiger ligt niet meer voor lang.
Vanmorgen vangt aan met het uitdagende adagium: vrijwillig geven van geld, producten en/of expertise (tijd) is een vak. Het uitgangspunt is: Geven is een Vak.

En vandaar Wim’s uitspraak ‘do no harm’. We kennen misschien allemaal wel van die foute liefdadigheidsvoorbeelden. Het oprichten van een weeshuis in een werelddeel waar kinderen gebruikelijk worden opgevoed door opa’s, oma’s of broers en zussen omdat pa en ma afwezig zijn. Of dat nu is omdat ze ‘ergens anders’ de kost verdienen, ziek of overleden zijn, maakt voor de gewoonte niet door pa’s en ma’s opgevoed te worden, in feite niet uit. Wij westerlingen faciliteren het fenomeen weeshuis. Iets wat niet thuishoort in de lokale samenleving. Het door westerlingen gefinancierde weeshuis dient ook nog eens te voorzien in door Westerse ogen gekwalificeerde menswaardige behoeften aan eten, educatie en ziekenzorg. Het weeshuis ontpopt zich per ongeluk als een hoogst begerenswaardige verblijfplaats en de lokale bevolking zal er alles (!) aan doen er zoveel mogelijk kinderen onder te brengen.

Als je ooit in een lokale Aziatische shopping mall ben geweest en de huizenhoge bergen net nieuw uit de fabriek geperste, belachelijk goedkope T-shirts hebt aanschouwd – waardeloos uitschot van de textielproducerende industrieën in lage loonlanden – hou je maar snel op met het deponeren van oude kleding in de containers van het Leger des Heils. Opgelucht, want in de wetenschap dat bij het koffiehuis op de hoek Haarlemmerstraat / Nieuwe Prinsengracht jouw oude ingeleverde kleding wordt aangeboden aan Amsterdamse daklozen, kun je je dan in ieder geval wat dat betreft een ‘do no harm’ filantroop wanen.

Advies geven over goede doelen, voorlichting en ondersteuning met projectmanagement of coaching dat is wat Beter Geven doet.

Mijn aandacht blijft even hangen bij een mooi citaat van Winston Churchill:

‘we make a living by what we get
we make a life by what we give’

63.000 van de 360.000 stichtingen die Nederland telt zijn Algemeen Nut Beogende Instellingen. Ze hebben de zogenaamde ANBI status. ANBI is een fiscale status die de belastingdienst verleent. Iedere stichting an sich opereert zonder winstoogmerk. Maar aan een ANBI instelling kun je geld schenken, honderd procent aftrekbaar van de belasting. Hoe lang deze regeling nog zal bestaan is niet duidelijk. De fiscus is er bij gebaat hier een einde aan maken. Filantropisch Nederland niet. Op dit moment besteedt de gemiddelde Nederlander ruim tweehonderd euro per jaar aan Goede Doelen en de vermogende, dus ook veel meer belasting betalende, Nederlander zit op ruim vijfduizend euro per jaar.

Impact is in de wereld van de filantropie en daar niet alleen, de sleutel. Dat is de trend, leren we vandaag. Het meten van resultaat staat een beetje haaks op een idealistische overweging om geld, goederen en expertise vrijwilig te schenken. Maar begrippen als ‘venture philantrophy’ en ‘social impact philantrophy’ winnen aan populariteit. Ook hier klinkt het economisch verantwoorde ‘Return on investment’ steeds harder. Weliswaar met de S van ‘social’ ervoor. SRI ‘Social Return on Investment’, daar doen we het voor. Sociaal met een hoofdletter S niet in de zin van je eigen sociale omgeving of jouw positie/status daarin. Maar de sociale impact op onze lokale, nationale of internationale ‘civil society’: de betere leefomgeving.

Na de lunch worden we verdeeld in twee families. De opdracht voor beide groepjes is een vermogensfonds oprichten. De thema’s zijn voorop gesteld. Denk bijvoorbeeld aan onderwijs, kinderen en spiritualiteit. Dit onderdeel wordt door familie één met groot enthousiasme aangepakt. Familie twee herbergt de doorgewinterde liefdadigheidsprofessionals. Zij werken de opdracht uit met de nodige scepsis. Met een zich terugtrekkende overheid zien ze de operationele budgetten ras afnemen. Binnen de grote organisaties moeten expertise en know how plaats maken voor commerciëel ingestelde functionarissen. De filantropische wereld bevindt zich in een hartverscheurende spagaat. Zal idealistisch klein initiatief het afleggen tegen de ervaring en assets van de grote organisaties? Wie trekt er aan het langste eind? En waar draait het nu eigenlijk om in filantropische sferen? Ideëele gedrevenheid of jarenlange ervaring?

Het resultaat dat veel, zo niet alle enthousiaste filantropen beogen, komt Jacqueline en Luuk niet zomaar aanwaaien. Met hun dertig jaren staat van dienst in de filantropische sector maken zij Een Verschil. Wat vandaag leert is dat Beter Geven absoluut een vak is.

Ik ben Jacqueline en Luuk in het bijzonder en de andere deelnemers in het algemeen enorm dankbaar dat vandaag voor mij het tipje van de filantropische sluier een stuk verder is opgelicht.

Words are Overrated

Nu ik een blog heb, knaagt er constant iets aan me. Publiceren! roept het. Alleen als je iets zinnigs te melden hebt, komt het uit een andere hoek. Uit welke hoek komt die stem die me tegenhoudt, die me terugroept? Die stem die me al voor zo ontzettend veel dingen heeft behoed en me al aan even zoveel dingen voorbij heeft laten gaan. Ik heb niet de illusie dat ik zelf beslis over ‘ernaar luisteren’ of ‘in de wind slaan’. Mijn stemming doet dat. Mijn stemming maakt dat ik luister of niet. Het is de stem mijn vader, van een leraar of van de nieuwslezeres. Ik neem de stem in acht of verwijs deze naar het grote oneindige niets.

Ik vind wat ik nu hier te zeggen heb zinnig. Omdat ik delen an sich zinnig vind en zie als de zinnigheid van deze zinnen. Met publicatie in het verschiet.

De afgelopen week speelde er een zinnetje door mijn hoofd. Het zinnespelletje heeft tot gevolg dat ik dit blog rustig heb laten rusten. Het verstilde mijn verstand dat roept: Publiceren!

Het zinnetje is: ‘words are overrated’.

Ik nam het bewust tot me tijdens het kijken naar een film over een voettocht van acht maanden door de Australische outback, door een jonge vrouw. Haar gezelschap bestond uit drie kamelen en tijdens een klein stukje werd ze daarbij vergezeld door een oude wijze Aborigonal. Hij verstaat de taal der mensen (en dieren) bijzonder goed. Maar hij wisselt geen verstaanbare woorden met de Kaukasische hoofdpersoon. Words are overrated anyway.

Ze delen iets dat krachtiger is dan woorden.

Nu ik al schrijvende letterlijk en figuurlijk ‘tot bezinning’ kom, realiseer ik me dat woorden weliswaar overschat worden, net als peperdure horloges, maar dat dat niet betekent dat woorden niets waard zijn. Het betekent wel dat ze bijvoorbeeld ook net zo goed onderschat worden, of misverstaan.

Op waarde schatten is de kunst. Zoals het ingenieuze uurwerk van een peperduur horloge: niet van onschatbare waarde, maar daarom en zeker ook niet, waardeloos.

Dat woorden in grote getale, overschat worden, toont de kracht van de minimalistische Japanse haiku en de all American one-liner. Hoe minder woorden, hoe meer zin. Dat maakt woorden net zo min zinloos als het overprijste horloge met zijn ingenieuze uurwerk.

Maar waartoe dienen die woorden en uurwerken van onschatbare waarde dan? Indien ze beide zo precies en uitgemeten mogelijk zijn.

Op zoek naar de essentie. En het delen daarvan. Naar waar het allemaal om draait, nauwkeurig als een uurwerk.

Zoals uurwerken er zijn om essentie uit te drukken in tijd, zijn woorden er ook om essentie uit te drukken. Maar in wat doen ze dat dan? In communicatie? Dat komt in mijn hoofd op. Ik verwijs maar even naar de titel van mijn verzameling woorden die ik voor dit blog genereer: words meaning to connect. Of drukken woorden in essentie iets anders uit?

You tell me! Ik ga intussen even kijken in het oneindige, tijdloos en metafysisch, het grote niets. De bepaling van tijd, plaats en handeling uit het oog verliezen en dan met een natuurlijk zinnig antwoord op de proppen komen. Dat is wat ik ga doen!

Getuigschrift: proudly presenting Andreas Koch’s Vre(d)eland en Ilco van der Linde’s MasterPeace

Gisteren leuk gesprek gehad met Andreas Koch van Studio Welgelegen te Vreeland. We bevinden ons op een ge-update voormalig boerderijencomplex dat haar naam werkelijk eer aandoet. Met back drops van een authentieke molen, schapen en prachtig groene weilanden, keurig omzoomd met rustieke sloten. Vreeland – land van vre(d)e – ligt bij Loenen en Nederhorst ten Berg. Holland op haar mooist, gegoten in een vorm van vredige rijkdom. 

 

Andreas is een wervelende gastheer, binnenhuisdecorateur met een voorliefde voor Louis XIV en Louis XV interieurs – het onderscheid ertussen legde mijn oma mij ooit uit. Projectontwikkelaars’ motivator is wel een mooie omschrijving voor wat hij onder andere doet, en hun consultant. Daarnaast is hij een ambassadeurszoon en kleinzoon van de schilder Pyke Koch voor wiens belangrijk Nederlands erfgoed Andreas een stichting in het leven riep. Momenteel werkt aan de vernieuwing van zijn website AKstudios.nl waarop zijn uiteenlopende projecten worden samengebracht. Als gemeenschappelijke noemer te vatten onder de omschrijving: vormgeven aan zijn zin voor esthetiek. De stille en at the same time volle vredigheid van waar we zijn, treft me terwijl ik prettig word beziggehouden door Andreas talent in name dropping. 

 

Hij laat me een tijdschrift zien, waarin in een verschillende pagina’s tellend artikel een indrukwekkend mooi appartement te Versailles bij Parijs wordt gecovered, voor het nageslacht gered van haar vervallen staat door Andreas Koch. De foto’s zijn prachtig. Mijn blik blijft even rusten op een zin uit het artikel, gewijd aan wat achtergrond informatie over het kasteel van Versailles. De zeventiende eeuwse schilder LeBrun wordt genoemd. Samen met Le Nôtre en Vautre vormde hij het driemanschap dat verantwoordelijk was voor de aanleg van het even fenomenale als beruchte paleis der paleizen van Versailles. De moeder van mijn oma was een LeBrun. En ik begrijp waarom het onderscheid tussen le style Louis XIV en le style Louis XV uberhaupt bij me opkomt: wondere wereld van de associatieve geest.

 

Van Studio Welgelegen te Vreeland als huurbare locatie komen we te praten over wat blijkt onze gezamenlijke achtergrond als historici. Aan de weelderig groene backdrop van boerenlandschap wordt die van onze persoonlijke achtergrond toegevoegd. Het schakeert de kleuren. Waarin een aardig motiefje wordt aangebracht door wat gemeenschappelijke buitenland ervaringen. Ze zijn zo uiteenlopend als van student zijn in Parijs tot aan onze beider kennismaking met de Osmenia familie in de Filipijnen. Het wondere belang van associatie en herkenning. 

 

Totdat we, wat ik inmiddels ervaren heb als onvermijdelijk onder moderne historici en wat zeker gezien Andreas achtergrond als ambassadeurszoon onontkombaar is, komen te praten over politiek. Voor Andreas is het politieke landschap een in belangrijke mate bepalende factor voor de Nederlandse samenleving. De trechter waar alles doorheen moet, zoals hij het mooi uitdrukt. Ik werp tegen dat de Nederlands politieke arena juist verworden is tot een slechts zichzelf onderhoudend en verder niemand dan zichzelf dienend gegeven. 

 

Hij vertelt over een vriend van hem die een grootschalig Europees enqueteproject opzet. Door hemzelf aangestelde ambassadeurs in alle hoofdsteden van Europa peilen de publieke opinie met betrekking tot de Europese Unie. Andreas is gevraagd als ambassadeur van Luxemburg. En dat brengt mij op één van mijn eigen stokpaardjes: andersoortige stromingen met charismatische voorvechters die veel meer impact hebben op de belevingswereld van burgers en buitenlui dan onze poldermodel politiek. Via juist niet politieke kanalen worden veel grotere dingen tot stand gebracht, waarvan de impact in mijn ogen veel belangrijker is dan in ieder geval de Néderlandse politiek. Ik noem als voorbeeld het indrukwekkende MasterPeace van Ilco van der Linde.  Andreas en ik zitten wat dit betreft niet op dezelfde lijn en dat maakt ons gesprek boeiend.

 

Juli 2010. Ik bevind me op een bootje van een sealife onderzoekscentrum voor de Middellandse zeekust van Tarifa, Zuid Spanje. Geen surfers vandaag. Het water is kalm. De boot heeft een stuk of vijftien mensen aan boord. Onze nieuwsgierigheid naar dolfijnen in de Straat van Gibraltar en het verlangen een glimp op te vangen van de grootste walvis ter wereld: de blauwe vinvis, brengen ons hier en verder. De Straat van Gibraltar is één van de drukste highways ter zee; underwater highway moet ik zeggen. De migratiestromen in en uit het warmste badje van ons werelddeel zijn enorm. Dolfijnen komen zich vrolijk tegoed doen aan de outburst van vissen die zich trechtert richting de Atlantische oceaan. En in juli migreren hier zelfs de fenomenale blauwe vinvissen. Spannend! 

 

Marokko is in zicht. Grote industriele visserschepen maken plaats voor vissersbootjes zo klein dat ze bemand worden door slechts één of twee met hand held hengels vissende vissers. De ultimate catch is een bluefin tuna die voor zoveel als een halve ton aan Japan kan worden verkocht. Het zijn de goudzoekers ter zee, omfloerst met een zweem van romantiek die gelijk keihard teniet wordt gedaan door mijn besef van het peperdure kansspel der uitstervende species. Enerverend landschap! 

 

En dan varen we er zo ongeveer overheen. Twee blauwe vinvissen. Moeder en kind. Adembenemend. Het schouwspel maakt de tongen los op onze motorboot. En ik raak aan de praat met een blonde Nederlander die me vertelt in de heuvels van Granada te wonen en niet voor het eerst aanmonstert op deze boot voor een dolfin trip. Hij begint te vertellen over MasterPeace. Het net nog enorm boeiende zeelandschap vormt nu slechts een rustgevende backdrop voor de mans enthousiasme. 

 

In september 2014 gaat het plaatsvinden. Daar op dat bootje midden tussen de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan lijkt 2014 een eeuwigheid ver weg. Muziekbands van met elkaar in oorlog verkerende landen zullen gezamenlijk het podium betreden. Bij de pyramides van Cairo. In tegenstelling tot Paulo Coelho’s hoofdpersoon in de Alchemist, zal de reiziger er het antwoord op de meest vreselijke vraagstukken ter wereld vinden in de vorm van het MasterPeace concert. Een enorm bevrijdingsconcert, verkondigt de charismatische oprichter van het Nederlandse Bevrijdingspop en het internationaal gevierde Dance4Life. Ik zit naast Ilco van der Linde. En ik vind het prachtig. 

 

Wat toen een eeuwigheid leek is na drieëneenhalf jaar verworden tot een overzichtelijke aaneenschakeling van feitjes en gebeurtenissen. Daar weten historici alles van. In mijn beleving treedt meer en meer op de voorgrond de publiciteitscampagne die Ilco van der Linde de afgelopen jaren geheel eigenmachtig uit de grond weet te stampen. Mijn respect is groot. 

 

Het begon met dat ik twee of drie jaar geleden bij de Hema de mogelijkheid zag aangeboden om je eigen schoolagenda te ontwerpen. Je eigen ontwerp baseerde zich op verschillende thema’s waaruit je kon kiezen. Eén ervan was MasterPeace. Wat een marketing tool om middelbare scholieren aan te spreken. Wow Ilco, petje af. Nu hoef ik er allang niet meer voor de deur uit. MasterPeace komt bijna dagelijks voorbij op mijn persoonlijke whiteboard waar social media rules en waarin Ilco van der Linde excelleert. Walk the talk noemt hij het zelf. And frankly, that’s all he does it seems. Met een flair en gemak waar je u tegen zegt. Of het nu voor de UN in New York is of in één van de lokale tv shows van de inmiddels vijftig in MasterPeace participerende landen. Wil je op de hoogte zijn? Check FaceBook! 

 

Wervelend en fenomenaal is een belangrijk thema bij deze mannen, hoe geschiedenis gemaakt wordt een belangrijk onderwerp. Ik vraag me af of vrede en ons zelf vormgevend vermogen bepalend zijn voor de huidige tijd. Tegenover het door massive media en het world wide web overweldigend geweld dat van alle kanten wordt uitgestort over ons en diep doordringt in onze wezens. Dit vormt een zodanig bedreigende invasie in ons bestaan dat we ertegen in opstand komen, zelf het heft in handen nemen. Tegelijkertijd ben ik er dankbaar voor getuige te mogen zijn van de verschillende manieren waarop geschiedenis wordt geschreven. Ik hervind mijn passie ervoor. Thanks Andreas Koch en Ilco van der Linde, for sharing your experiences with me! Vre(d)eland en MasterPeace verdienen a hell of a lot of attention. Voor mij een eer to spread the word.