Monthly Archives: June 2014

Do No Harm

‘Do no harm’ voegt Wim toe aan een rijtje van filantropische geefredenen. We zitten op Buitengoed Hagenhorst, een charmant landelijk hotelletje temidden van weelderig groen in één van haar twee bescheiden vergaderruimtes, pal naast de drukke Rijksstraatweg tussen Wassenaar en Den Haag.

We zitten aan de vergadertafel bij Jacqueline Detiger en Luuk van Term die samen een adviesbureau op het gebied van filantropie oprichtten. Vandaag presenteren zij voor het eerst hun basiscursus Beter Geven. Ik ben één van de tien deelnemers, vogels van opvallend diverse pluimage. Een doorgewinterd business development manager bij Cordaid zit tegenover de sinds een paar jaar ‘financially free’ neef Luuk met ernaast zijn tante die een substantiële erfenis ontving en zich nu oriënteert op de besteding (van een gedeelte) ervan aan Goede Doelen.

Eerder vanmorgen op het schoolplein in Amsterdam-West waar ik mijn kinderen achterliet, vertelde ik enthousiast aan een collega moeder dat ik me verheugde op de cursus Filantropie van vandaag. Ze keek me aan en zei, ‘Oh ja, filantropie wat is dat ook alweer? Postzegels toch?’

Wat is filantropie? Het antwoord op die vraag is voor de meeste deelnemers vandaag overbekend en saai terrein. Maar kennis uitdragen over filantropie is nu juist wel de belangrijkste reden voor het oprichten van adviesbureau Beter Geven: het biedt (potentiële) gevers onafhankelijk en deskundig advies over geven. Meer kennis bij de gever zorgt ervoor dat een gift beter terecht komt en daardoor een grotere maatschappelijke impact heeft.

Aan de Vrije Universiteit van Amsterdam is er de postdoctorale opleiding Filantropische studies. Op HBO niveau is er de Hoge School Windesheim. Verder zijn er in Nederland een (opmerkelijk prijzig) vakblad Filantrofium, een digitale databank van filantropische instellingen en er is SPIN, een netwerk voor ZZPers in de filantropie.

Filantropie is economisch gezien een sector, ze opereert op lokaal, nationaal en internationaal niveau en valt verbazend genoeg onder het Ministerie van Justitie. Een constatering die wordt gerelativeerd met de opmerking dat filantropie zeker ook bijdraagt aan terrorisme bestrijding. Toepasselijk of niet: voorlopig is het een ‘zaak van Justitie’. Maar als het aan Jacqueline Detiger ligt niet meer voor lang.
Vanmorgen vangt aan met het uitdagende adagium: vrijwillig geven van geld, producten en/of expertise (tijd) is een vak. Het uitgangspunt is: Geven is een Vak.

En vandaar Wim’s uitspraak ‘do no harm’. We kennen misschien allemaal wel van die foute liefdadigheidsvoorbeelden. Het oprichten van een weeshuis in een werelddeel waar kinderen gebruikelijk worden opgevoed door opa’s, oma’s of broers en zussen omdat pa en ma afwezig zijn. Of dat nu is omdat ze ‘ergens anders’ de kost verdienen, ziek of overleden zijn, maakt voor de gewoonte niet door pa’s en ma’s opgevoed te worden, in feite niet uit. Wij westerlingen faciliteren het fenomeen weeshuis. Iets wat niet thuishoort in de lokale samenleving. Het door westerlingen gefinancierde weeshuis dient ook nog eens te voorzien in door Westerse ogen gekwalificeerde menswaardige behoeften aan eten, educatie en ziekenzorg. Het weeshuis ontpopt zich per ongeluk als een hoogst begerenswaardige verblijfplaats en de lokale bevolking zal er alles (!) aan doen er zoveel mogelijk kinderen onder te brengen.

Als je ooit in een lokale Aziatische shopping mall ben geweest en de huizenhoge bergen net nieuw uit de fabriek geperste, belachelijk goedkope T-shirts hebt aanschouwd – waardeloos uitschot van de textielproducerende industrieën in lage loonlanden – hou je maar snel op met het deponeren van oude kleding in de containers van het Leger des Heils. Opgelucht, want in de wetenschap dat bij het koffiehuis op de hoek Haarlemmerstraat / Nieuwe Prinsengracht jouw oude ingeleverde kleding wordt aangeboden aan Amsterdamse daklozen, kun je je dan in ieder geval wat dat betreft een ‘do no harm’ filantroop wanen.

Advies geven over goede doelen, voorlichting en ondersteuning met projectmanagement of coaching dat is wat Beter Geven doet.

Mijn aandacht blijft even hangen bij een mooi citaat van Winston Churchill:

‘we make a living by what we get
we make a life by what we give’

63.000 van de 360.000 stichtingen die Nederland telt zijn Algemeen Nut Beogende Instellingen. Ze hebben de zogenaamde ANBI status. ANBI is een fiscale status die de belastingdienst verleent. Iedere stichting an sich opereert zonder winstoogmerk. Maar aan een ANBI instelling kun je geld schenken, honderd procent aftrekbaar van de belasting. Hoe lang deze regeling nog zal bestaan is niet duidelijk. De fiscus is er bij gebaat hier een einde aan maken. Filantropisch Nederland niet. Op dit moment besteedt de gemiddelde Nederlander ruim tweehonderd euro per jaar aan Goede Doelen en de vermogende, dus ook veel meer belasting betalende, Nederlander zit op ruim vijfduizend euro per jaar.

Impact is in de wereld van de filantropie en daar niet alleen, de sleutel. Dat is de trend, leren we vandaag. Het meten van resultaat staat een beetje haaks op een idealistische overweging om geld, goederen en expertise vrijwilig te schenken. Maar begrippen als ‘venture philantrophy’ en ‘social impact philantrophy’ winnen aan populariteit. Ook hier klinkt het economisch verantwoorde ‘Return on investment’ steeds harder. Weliswaar met de S van ‘social’ ervoor. SRI ‘Social Return on Investment’, daar doen we het voor. Sociaal met een hoofdletter S niet in de zin van je eigen sociale omgeving of jouw positie/status daarin. Maar de sociale impact op onze lokale, nationale of internationale ‘civil society’: de betere leefomgeving.

Na de lunch worden we verdeeld in twee families. De opdracht voor beide groepjes is een vermogensfonds oprichten. De thema’s zijn voorop gesteld. Denk bijvoorbeeld aan onderwijs, kinderen en spiritualiteit. Dit onderdeel wordt door familie één met groot enthousiasme aangepakt. Familie twee herbergt de doorgewinterde liefdadigheidsprofessionals. Zij werken de opdracht uit met de nodige scepsis. Met een zich terugtrekkende overheid zien ze de operationele budgetten ras afnemen. Binnen de grote organisaties moeten expertise en know how plaats maken voor commerciëel ingestelde functionarissen. De filantropische wereld bevindt zich in een hartverscheurende spagaat. Zal idealistisch klein initiatief het afleggen tegen de ervaring en assets van de grote organisaties? Wie trekt er aan het langste eind? En waar draait het nu eigenlijk om in filantropische sferen? Ideëele gedrevenheid of jarenlange ervaring?

Het resultaat dat veel, zo niet alle enthousiaste filantropen beogen, komt Jacqueline en Luuk niet zomaar aanwaaien. Met hun dertig jaren staat van dienst in de filantropische sector maken zij Een Verschil. Wat vandaag leert is dat Beter Geven absoluut een vak is.

Ik ben Jacqueline en Luuk in het bijzonder en de andere deelnemers in het algemeen enorm dankbaar dat vandaag voor mij het tipje van de filantropische sluier een stuk verder is opgelicht.

Advertisements

Fairy Tale & Voodoo

Daar staat ze. Op het bordes voor Museum van Loon aan de Keizersgracht. Ze draagt een classy Audrey Hepburn zonnebril en een sportief-elegante kaki broek. Hier is ze gisteren getrouwd. Met de zachtaardige, slimme krullenbol die naast haar staat. Zijn vader blies het ‘Daar Komt de Bruid’ op een bugel, een soort trompet maar dan mooier. De tonen, dieper en melodieuzer dan die van een trompet, weergalmden over de gracht. Bruid en bruidegom kwamen gearmd aangelopen uit de richting van het Amstelveld. Glazenwassers hielden stil, de toevallig aanwezige bezoekers van het Museum stonden ademloos in de hall. Pa was emotioneel en miste een toon hier en daar. Wat het nog mooier maakte.

Na de ceremonie zijn er taart en bubbels in de binnentuin van weleer gelegen tussen het Museum aan de Keizersgracht en het koetshuis aan de Kerkstraat. De Russische familie en vrienden van de bruid dragen hun hoeden met linten met dezelfde overgave als dat ze drinken van de Crèmant de Bourgogne. De Nederlandse afdeling speecht. De bruidstaart in drie lagen witte fondant gevuld met fijne frambozen, crème en cake is klassiek gedecoreerd met roosjes en trossen van wit suikergoed en wedijvert lustig om het predikaat eervolle vermelding met de wit satijnen mouwloze bruidsjurk, voorzien van swaroski ’beslag’ en een sleepje.

Simpelweg de sprookjesachtige dream of the big day come true.

Aan het einde van de middag gaan we allemaal zoetjes aan over tot de orde van de dag. De Nederlandse gesprekken komen op de Mc Donalds en de Burgerking. Niet veel later vertrekken de gasten voor een diner in een restaurant één gracht verder. De taart is op, de Crèmant bijna, we ruimen de laatste cateringspullen in mijn auto. Ik laat iets vallen. Het is de bruidegom. Degene die bedoeld was als ornament op de taart but never made it there omdat de witte rozen van suikergoed daar op zichzelf zo mooi rustten. Het gipsen beeldje wordt door de val onthoofd. Ik schrik. ‘Dat is voodoo’, roep ik uit. ‘Nou ga dat maar ‘ns googlen, hoe je het effect daarvan ongedaan maakt’ roept mijn collega.

Hou ik dan niet van trouwen?

Niet van mannen?

Niet van andermans geluk?

Ik schaam me. Vooral omdat ik geloof in de realiteit van wat er gebeurt. De volgende dag word ik gelukkig verlost. Fairy tales & voodoo, same same is het besef dat ‘t ‘m doet.

Als ik nu dan bij het statige bordesje aan kom fietsen vanaf de kant van de Vijzelstraat, daalt het prille paar af van belle etage naar straatniveau. Het neemt de paar overgebleven flessen Crèmant van me in ontvangst en ze overhandigen me een mooie tip. Ik ben ze dankbaar en van emotie pink ik een traan weg. Niet veel later rijd ik weg van het sprookjesachtige Museum. Ik keer terug op mijn eigen weg, richting de Vijzelstraat en zij op de hunne, richting het Amstelveld.

 

Voodoo heb ik even opgezocht. Ik lees geïnteresseerd dat Benin het enige land ter wereld is waar vodou (Franse spelling versus het Amerikaanse voodoo) de nationale religie is. SInds 2003 is het ook in Haïti, waar vodou vandaan komt, een officieel erkende religie. Het woord stamt vermoedelijk af van ‘vous deux’ (jullie twee) wat ik direct in verband breng met de twee gedaantes van mens en pop, maar wat geïnterpreteerd dient te worden als twee-éénheid: ‘mens en god’. ‘Going together like a horse and a carriage.