Category Archives: iHost

Do No Harm

‘Do no harm’ voegt Wim toe aan een rijtje van filantropische geefredenen. We zitten op Buitengoed Hagenhorst, een charmant landelijk hotelletje temidden van weelderig groen in één van haar twee bescheiden vergaderruimtes, pal naast de drukke Rijksstraatweg tussen Wassenaar en Den Haag.

We zitten aan de vergadertafel bij Jacqueline Detiger en Luuk van Term die samen een adviesbureau op het gebied van filantropie oprichtten. Vandaag presenteren zij voor het eerst hun basiscursus Beter Geven. Ik ben één van de tien deelnemers, vogels van opvallend diverse pluimage. Een doorgewinterd business development manager bij Cordaid zit tegenover de sinds een paar jaar ‘financially free’ neef Luuk met ernaast zijn tante die een substantiële erfenis ontving en zich nu oriënteert op de besteding (van een gedeelte) ervan aan Goede Doelen.

Eerder vanmorgen op het schoolplein in Amsterdam-West waar ik mijn kinderen achterliet, vertelde ik enthousiast aan een collega moeder dat ik me verheugde op de cursus Filantropie van vandaag. Ze keek me aan en zei, ‘Oh ja, filantropie wat is dat ook alweer? Postzegels toch?’

Wat is filantropie? Het antwoord op die vraag is voor de meeste deelnemers vandaag overbekend en saai terrein. Maar kennis uitdragen over filantropie is nu juist wel de belangrijkste reden voor het oprichten van adviesbureau Beter Geven: het biedt (potentiële) gevers onafhankelijk en deskundig advies over geven. Meer kennis bij de gever zorgt ervoor dat een gift beter terecht komt en daardoor een grotere maatschappelijke impact heeft.

Aan de Vrije Universiteit van Amsterdam is er de postdoctorale opleiding Filantropische studies. Op HBO niveau is er de Hoge School Windesheim. Verder zijn er in Nederland een (opmerkelijk prijzig) vakblad Filantrofium, een digitale databank van filantropische instellingen en er is SPIN, een netwerk voor ZZPers in de filantropie.

Filantropie is economisch gezien een sector, ze opereert op lokaal, nationaal en internationaal niveau en valt verbazend genoeg onder het Ministerie van Justitie. Een constatering die wordt gerelativeerd met de opmerking dat filantropie zeker ook bijdraagt aan terrorisme bestrijding. Toepasselijk of niet: voorlopig is het een ‘zaak van Justitie’. Maar als het aan Jacqueline Detiger ligt niet meer voor lang.
Vanmorgen vangt aan met het uitdagende adagium: vrijwillig geven van geld, producten en/of expertise (tijd) is een vak. Het uitgangspunt is: Geven is een Vak.

En vandaar Wim’s uitspraak ‘do no harm’. We kennen misschien allemaal wel van die foute liefdadigheidsvoorbeelden. Het oprichten van een weeshuis in een werelddeel waar kinderen gebruikelijk worden opgevoed door opa’s, oma’s of broers en zussen omdat pa en ma afwezig zijn. Of dat nu is omdat ze ‘ergens anders’ de kost verdienen, ziek of overleden zijn, maakt voor de gewoonte niet door pa’s en ma’s opgevoed te worden, in feite niet uit. Wij westerlingen faciliteren het fenomeen weeshuis. Iets wat niet thuishoort in de lokale samenleving. Het door westerlingen gefinancierde weeshuis dient ook nog eens te voorzien in door Westerse ogen gekwalificeerde menswaardige behoeften aan eten, educatie en ziekenzorg. Het weeshuis ontpopt zich per ongeluk als een hoogst begerenswaardige verblijfplaats en de lokale bevolking zal er alles (!) aan doen er zoveel mogelijk kinderen onder te brengen.

Als je ooit in een lokale Aziatische shopping mall ben geweest en de huizenhoge bergen net nieuw uit de fabriek geperste, belachelijk goedkope T-shirts hebt aanschouwd – waardeloos uitschot van de textielproducerende industrieën in lage loonlanden – hou je maar snel op met het deponeren van oude kleding in de containers van het Leger des Heils. Opgelucht, want in de wetenschap dat bij het koffiehuis op de hoek Haarlemmerstraat / Nieuwe Prinsengracht jouw oude ingeleverde kleding wordt aangeboden aan Amsterdamse daklozen, kun je je dan in ieder geval wat dat betreft een ‘do no harm’ filantroop wanen.

Advies geven over goede doelen, voorlichting en ondersteuning met projectmanagement of coaching dat is wat Beter Geven doet.

Mijn aandacht blijft even hangen bij een mooi citaat van Winston Churchill:

‘we make a living by what we get
we make a life by what we give’

63.000 van de 360.000 stichtingen die Nederland telt zijn Algemeen Nut Beogende Instellingen. Ze hebben de zogenaamde ANBI status. ANBI is een fiscale status die de belastingdienst verleent. Iedere stichting an sich opereert zonder winstoogmerk. Maar aan een ANBI instelling kun je geld schenken, honderd procent aftrekbaar van de belasting. Hoe lang deze regeling nog zal bestaan is niet duidelijk. De fiscus is er bij gebaat hier een einde aan maken. Filantropisch Nederland niet. Op dit moment besteedt de gemiddelde Nederlander ruim tweehonderd euro per jaar aan Goede Doelen en de vermogende, dus ook veel meer belasting betalende, Nederlander zit op ruim vijfduizend euro per jaar.

Impact is in de wereld van de filantropie en daar niet alleen, de sleutel. Dat is de trend, leren we vandaag. Het meten van resultaat staat een beetje haaks op een idealistische overweging om geld, goederen en expertise vrijwilig te schenken. Maar begrippen als ‘venture philantrophy’ en ‘social impact philantrophy’ winnen aan populariteit. Ook hier klinkt het economisch verantwoorde ‘Return on investment’ steeds harder. Weliswaar met de S van ‘social’ ervoor. SRI ‘Social Return on Investment’, daar doen we het voor. Sociaal met een hoofdletter S niet in de zin van je eigen sociale omgeving of jouw positie/status daarin. Maar de sociale impact op onze lokale, nationale of internationale ‘civil society’: de betere leefomgeving.

Na de lunch worden we verdeeld in twee families. De opdracht voor beide groepjes is een vermogensfonds oprichten. De thema’s zijn voorop gesteld. Denk bijvoorbeeld aan onderwijs, kinderen en spiritualiteit. Dit onderdeel wordt door familie één met groot enthousiasme aangepakt. Familie twee herbergt de doorgewinterde liefdadigheidsprofessionals. Zij werken de opdracht uit met de nodige scepsis. Met een zich terugtrekkende overheid zien ze de operationele budgetten ras afnemen. Binnen de grote organisaties moeten expertise en know how plaats maken voor commerciëel ingestelde functionarissen. De filantropische wereld bevindt zich in een hartverscheurende spagaat. Zal idealistisch klein initiatief het afleggen tegen de ervaring en assets van de grote organisaties? Wie trekt er aan het langste eind? En waar draait het nu eigenlijk om in filantropische sferen? Ideëele gedrevenheid of jarenlange ervaring?

Het resultaat dat veel, zo niet alle enthousiaste filantropen beogen, komt Jacqueline en Luuk niet zomaar aanwaaien. Met hun dertig jaren staat van dienst in de filantropische sector maken zij Een Verschil. Wat vandaag leert is dat Beter Geven absoluut een vak is.

Ik ben Jacqueline en Luuk in het bijzonder en de andere deelnemers in het algemeen enorm dankbaar dat vandaag voor mij het tipje van de filantropische sluier een stuk verder is opgelicht.

Fairy Tale & Voodoo

Daar staat ze. Op het bordes voor Museum van Loon aan de Keizersgracht. Ze draagt een classy Audrey Hepburn zonnebril en een sportief-elegante kaki broek. Hier is ze gisteren getrouwd. Met de zachtaardige, slimme krullenbol die naast haar staat. Zijn vader blies het ‘Daar Komt de Bruid’ op een bugel, een soort trompet maar dan mooier. De tonen, dieper en melodieuzer dan die van een trompet, weergalmden over de gracht. Bruid en bruidegom kwamen gearmd aangelopen uit de richting van het Amstelveld. Glazenwassers hielden stil, de toevallig aanwezige bezoekers van het Museum stonden ademloos in de hall. Pa was emotioneel en miste een toon hier en daar. Wat het nog mooier maakte.

Na de ceremonie zijn er taart en bubbels in de binnentuin van weleer gelegen tussen het Museum aan de Keizersgracht en het koetshuis aan de Kerkstraat. De Russische familie en vrienden van de bruid dragen hun hoeden met linten met dezelfde overgave als dat ze drinken van de Crèmant de Bourgogne. De Nederlandse afdeling speecht. De bruidstaart in drie lagen witte fondant gevuld met fijne frambozen, crème en cake is klassiek gedecoreerd met roosjes en trossen van wit suikergoed en wedijvert lustig om het predikaat eervolle vermelding met de wit satijnen mouwloze bruidsjurk, voorzien van swaroski ’beslag’ en een sleepje.

Simpelweg de sprookjesachtige dream of the big day come true.

Aan het einde van de middag gaan we allemaal zoetjes aan over tot de orde van de dag. De Nederlandse gesprekken komen op de Mc Donalds en de Burgerking. Niet veel later vertrekken de gasten voor een diner in een restaurant één gracht verder. De taart is op, de Crèmant bijna, we ruimen de laatste cateringspullen in mijn auto. Ik laat iets vallen. Het is de bruidegom. Degene die bedoeld was als ornament op de taart but never made it there omdat de witte rozen van suikergoed daar op zichzelf zo mooi rustten. Het gipsen beeldje wordt door de val onthoofd. Ik schrik. ‘Dat is voodoo’, roep ik uit. ‘Nou ga dat maar ‘ns googlen, hoe je het effect daarvan ongedaan maakt’ roept mijn collega.

Hou ik dan niet van trouwen?

Niet van mannen?

Niet van andermans geluk?

Ik schaam me. Vooral omdat ik geloof in de realiteit van wat er gebeurt. De volgende dag word ik gelukkig verlost. Fairy tales & voodoo, same same is het besef dat ‘t ‘m doet.

Als ik nu dan bij het statige bordesje aan kom fietsen vanaf de kant van de Vijzelstraat, daalt het prille paar af van belle etage naar straatniveau. Het neemt de paar overgebleven flessen Crèmant van me in ontvangst en ze overhandigen me een mooie tip. Ik ben ze dankbaar en van emotie pink ik een traan weg. Niet veel later rijd ik weg van het sprookjesachtige Museum. Ik keer terug op mijn eigen weg, richting de Vijzelstraat en zij op de hunne, richting het Amstelveld.

 

Voodoo heb ik even opgezocht. Ik lees geïnteresseerd dat Benin het enige land ter wereld is waar vodou (Franse spelling versus het Amerikaanse voodoo) de nationale religie is. SInds 2003 is het ook in Haïti, waar vodou vandaan komt, een officieel erkende religie. Het woord stamt vermoedelijk af van ‘vous deux’ (jullie twee) wat ik direct in verband breng met de twee gedaantes van mens en pop, maar wat geïnterpreteerd dient te worden als twee-éénheid: ‘mens en god’. ‘Going together like a horse and a carriage.

Basic human needs vs creation of events

I am sitting in the sun. Fresh golden rays of early spring are reflected in glass-in-lead windows and the silent water of an old Dutch harbour town. History and commerce is what the beautiful 17th Century buildings are made of. At a certain point in my life I disrespectfully nicknamed this pittoresque little jewel of Dutch history as Horny Town. I was young. An interesting yet unconscious need surfaced. To challenge or counter balance some heavy and rich historical remnants of sturdy West Frysian inhabitants. Frysian people are independent and self contained. They don’t relate to Romans nor to South Europeans nor to more Southern Dutchies like me. Side path, that is not the history meant to be written here.

Now, in a more conscious way experiencing this little town bordering at what once used to be the so called Southern Sea (!), I perceive it completely different. Obviously Hoorn has been overruled by history in general and the significant Dutch accomplishment of ‘sea grabbing’ in specific. What once used to be the Southern Sea is now our big lake IJsselmeer, ‘damned’ by our most famous dike: the Afsluitdijk. But I imagine the hussling and buzz of ‘those days’. For example a fresh spring day in the year 1602. In this year the Dutch V.O.C., United East Indian Company, is installed. Hoorn sends seven delegates. Hoorn and it’s inhabitants back then must have deeply experienced the economical swing and energy of those revolutionary times. Albeit no Horny sexual energy, a lot of creative and regenerative power went around, fierce fully. Ships and vessels come ashore, unload their precious content, immediate buying and selling takes place, trade and people that meet to do business, women who weep over lost sailors, kids and pets are running around, steeling or receiving love and other forms of nutrition.

People come together not only because they like to come together. People come together because they have to. In order to meet their basic needs. The example of a roaring harbour town at the start of the Dutch Golden Age may evoke images of some famous creative outbursts that resulted from it: Dutch painting. What does it has to do with our present day event business?

People gather to meet their basic needs. Non material emotions and material stuff have to be interchanged. It’s often difficult to distinguish between the emotive and the material ingredients. If you look at it as an outsider, from another moment in time even, it’s difficult to identify material demand and its satisfaction from emotional demand and its satisfaction. For an outsider this is difficult. For the subject him or herself as the participant in the event, it’s impossible. Afterwards you may ask yourself. Did I actually get what I came for or did I feel, act and think as I was expected to? By whom?

Here event controllers come in. I hope you don’t mind me calling it so. Event planning, organizing and hosting are three different processes. Together these form event controlling. 

Why do people gather at an event in the first place? To fulfill an emotional or a material need? Let an event not be created without having answered this question. Are you facilitating, selling or pacifying emotions. With or without material stuff? What they come for at Wall Street is obvious. However you can ask yourself, when they stay, are they in for the money or is it  the priceless thrill and excitement of the prospected possibility to gain money that glues them to the location?

Event creation for me is synonymous with controlling an event: planning, organizing and hosting. They go together like horses and a carriage. Taking care of peoples emotional and other defenite human needs such as food&beverage, is part of the most basic and most important ingredients of ?

Human nature!

Yes.

And what else?

Events!

Right.

So this is what the actual contribution of the event controller is all about. If you look at it from this angle, organizing and coordinating human gatherings, it’s something that doesn’t require a certain personality or any studies. It requires being human and preferably some practice in, and an idea of, heritage of the humanities. As events are made of basic human needs, they should ideally be created by basic human beings. We are not human doings. Do less, BE and stay aware to be able to attentively pave the road and facilitate creative and regenerative processes.

Coming together is a basic need in human affairs. Proud to Facilitate.

 

 

 

 

Failing Forward; about money and emotions

Failing forward: mooie woorden die een intensief weekend afsluiten. Nisandeh Neta staat voor een zaal met een man of twaalfhonderd. Nadat hij over zichzelf zegt niet een emotioneel type te zijn, besteedt hij lang en veel aandacht aan het bedanken van zijn team van circa veertig vrijwilligers, één van zijn trouwste steun en toeverlaten in het bijzonder en zijn twintig koppige professionele team in het algemeen. Is het zijn self proclaimed gebrek aan emoties, dat mij plaatsvervangend diep roert? Nee, hij brengt buckets met emoties over. Wat zeg ik: hij stort ze over ons uit. Wij de deelnemers aan het zoveelste Business Boot Camp dat plaatsvindt in het Congres Centrum Nieuwegein.

Hij doet het al het hele weekend. En ik geniet er intens van. Als cherry on the cake, staat Nisandeh Neta na afloop van de twee daagse one man show onder aan zijn podium klaar om hugs (uit) te delen. Dat doet hij met een stuk of veertig enthousiaste deelnemers. We wachten geduldig op onze beurt.

Ik denk aan Amma. De knuffelguru die in september drie dagen in de Expohal van Houten recipieerde. In drie dagen komen tienduizenden Nederlanders bij haar een hug halen. Niet meer, niet minder. Ze heeft de wereld over, miljoenen hugs gedeeld. Bijzonder.

Amma’s hug is moeder aarde. Maar Nisandeh blijkt ook hugable. Ervaar ik met genoegen. Wel heel anders. Natuurlijk. Net voor ik aan de beurt ben zeg ik tegen een jongen naast me: ik ben zelfs een beetje zenuwachtig nu, door de excitement om Nisandeh Neta van zo dichtbij mee te maken. De jongen bevestigt mijn gevoel. Hij ook! In de rij bij Amma, die zo lang is dat het wachten integraal onderdeel is van de hele Amma beleving, werd ik langzaam maar zeker steeds rustiger, kwam ik bij mezelf.  Bij Nisandeh Neta dus niet.

Dan stel ik me voor dat Amma en Nisandeh elkaar huggen. Dat dat goed zou zijn voor de wereld en ook voor hunzelf. Het verschil tussen beide hugs is dat je bij Nisandeh geeft en bij Amma ontvangt. Allebei een even belangrijke kunst. In the doing kom je erachter hoe gevorderd je bent. It’s all in the doing.

Geld is energie. Alles is energie dus geld ook. Specifiek is dat geconcentreerde, volle energie meer geld representeert dan lage energie. Het is niet verwonderlijk maar opent toch weer even mijn ogen. Ik plak eraan vast dat in business emoties geld zijn. Alles is geld in business. Dus ook emoties.

Ik bewonder de waterindustrie dat ze in Nederland mensen zover krijgt harde euro’s te betalen voor een product dat gratis en voor iedereen in je eigen huis verkrijgbaar is,  zo voor de hand liggend zelfs dat je er niets anders voor hoeft te doen dan een kraan opendraaien. Geen boodschappentas die over straat of de trap omhoog wordt getild, geen extra petflessen aan de afvalberg toevoegen of de foot print van recycling nodig maken en geen grote corporates wiens zakken nog eens worden gespekt. Waarna ze met deze onzinnige omzet, onzinnige reclame maken. Misschien als we eerst minimaal dertig euro betaald hebben voor een cool Join The Pipe waterfles, kan het door onze geconditioneerde beugel water uit de kraan te drinken. Misschien dan…

Zo ook de mensen die van lucht of adem hun business hebben gemaakt. Wie verzint dat? Ademhalingsconsulenten, mindfull breathing therapeuten of breath of fire trainers zijn voor mij lichtende voorbeelden. In de lucht business. ‘Wat verkoop jij?’  ‘Verse adem’. Hulde! Het onderscheid met water is groot. In mijn ogen is gebotteld plat water in Nederland voor mensen die het echt niet begrepen hebben. Adem en lucht daarentegen zijn voor mensen die het wél begrepen hebben.

En nu ik. Mijn product komt me en de meesten van ons zomaar aanwaaien. Het overkomt ons zomaar, we komen er in om en weten vaak niet hoe we ervan af moeten komen. Emoties. En de min of meer onbewuste, niet controlerende mens als leidend of lijdend voorwerp. Waarom verkóóp ik dan emoties als we er allemaal al zoveel van hebben? Net als water uit de kraan en de lucht die we ademen!

Omdat er iets opvallends is met ons. Ons de moderne mens; ons de deliver on demand expectation consument. Wij laten vooral niets over aan het toeval, aan organische ontwikkeling or the natural course of events. Wij weten niet beter dan dat we moeten controleren. We moeten processen beheersen. Maakt niet uit of ze maatschappelijk, economisch of persoonlijk zijn. Een gebrek aan controle maakt onhandelbaar en ongelukkig. Dus wat doen we? Just acquire the stuff when we’re up to it.

So we think we can … control. Emoties oproepen wanneer ze te pas komen en ze vervolgens direct een plekje geven, een safe haven, zodat we het gevoel hebben er niet door geleefd te worden. Maar ze op een veilige manier ‘slechts’ beleven.  Dat is wat we willen.

Er ligt een universum van verschil tussen spontaan onstane emoties en bewust opgeroepen sentiment. De hebzucht die naar boven komt wanneer een goed verdienende vrouw langs een etalage met Louis Vuitton tassen loopt, is een door LVMH bewust opgeroepen emotie. Het enthousiast-projectionisme dat een klein teer baby’tje teweegbrengt, is een door moeder natuur ontworpen sentiment. Human nature versus man made.

Als je gaat eten in een restaurant zorgen het weloverwogen kaarslicht, de charmante kelner, de zinnenstrelende smaakbelevingen en het feit op zich dat je er bewust iets tegenover stelt (geld) voor een ervaring op bestelling. Consumeer dezelfde zwezerik thuis aan de keukentafel en je ontbeert de verrijkende ervaring. Waarom? Omdat het knopje ’emotie’ niet wordt ingedrukt.

Handel in emoties. Ik leer het product beter uit-leggen. Want dat verkoopt beter. Voor nu houden we het hier bij: emoties bewust ten gelde maken zodat je ze aan kunt wenden voor bepaalde doeleinden. Waar het om gaat is het je bewustmaken van die emoties en ‘the set of tools’ vinden waarmee de emoties in elkaar worden gezet.

Exciting!